Archeologiemuseum Stein

Museum voor Grafcultuur - Hoppenkampstraat 14-A - 6171 VP Stein

Openingstijden

Maandag 13.00 - 16.00 uur
Woensdag 13.00 - 16.00 uur
Vrijdag 13.00 - 16.00 uur
Zondag 13.00 - 16.00 uur



Entree € 4,50 voor volwassenen
Kinderen tot en met 12 jaar gratis.

Archeologie | Biografie

Biografie Dr. Beckers

Biografie Dr. Beckers

1862 - 1950

Lees meer

Archeologie | Biografie

Biografie Pater Munsters

Biografie Pater Munsters

1906 - 1993

Lees meer

Collectie

dr beckersIn het Museum voor Grafcultuur treft u met name de collectie van Dokter Beckers aan (op de foto staand rechts) aangevuld met voorwerpen die door de jaren heen door medewerkers en door particulieren aan het museum zijn geschonken.

De collectie is onderverdeeld in 5 periodes, allen te bewonderen in vitrines opgesteld rond de ter plekke in 1963 ontdekte neolithische grafkelder (gemeenschapsgraf) uit de nieuwe steentijd, circa 3000 jaar voor Christus.

Het betreft de periodes:

Steentijd:     5300-2100 v chr.
Bronstijd:     2100-800 v chr.
IJzertijd:     800-50 v chr.
Romeinse tijd:     50 v chr. - 400 n chr.
Merovingische tijd:     400-700 n chr.  

In de vitrines is een deel van de collectie tentoongesteld. Het overige deel van de collectie wordt bewaard in een speciaal aan de stichting toegewezen depot.

Naast de vaste collectie wordt 2 keer per jaar een thema tentoonstelling verzorgd. Nieuwe aanwinsten kan men gedurende een lange tijd bewonderen in een apart daarvoor ingerichte vitrine.

De Bandkeramiekers (5300 - 4900 v. Chr.)

Dwars door Europa ligt een brede strook vruchtbare grond, die löss wordt genoemd. De eerste Europese boeren legden daar hun akkers aan. Boeren die nieuwe landbouwgrond zochten, trokken via het lössgebied naar het Westen en bereikten omstreeks 5300 v.Chr. Elsloo, Stein, Sittard en Geleen.

bandkeramische nederzetting

Maquette van een Bandkeramische nederzetting

Het volk van de Bandkeramiekers kwam oorspronkelijk uit het noordelijke deel van de Balkan, Hongarije wordt als bakermat van deze cultuur gezien. Zij waren een agrarisch ingesteld volk en hun gereedschappen waren van steen, vooral vuursteen was een belangrijke grondstof. Bij opgravingen zijn vele gebruiksvoorwerpen gevonden waaronder ook de specifieke aardewerken gebruiksvoorwerpen die versierd zijn met ingekraste bandstructuren (zie onderstaande foto's). Deze techniek heeft deze cultuur haar naam gegeven.

Vanaf de tijd van de Bandkeramiek tot na de Middeleeuwen hebben de boeren van Nederland hun boerderijen (zie afbeelding maquette hierboven) op min of meer dezelfde manier gebouwd. Ze trokken een skelet op van houten palen. De onderkanten van de palen werden in de grond ingegraven of geheid. Tussen de buitenste palen vlochten ze twijgen en dat vlechtwerk smeerden ze in met leem. Het dak dekten ze met riet of stro. Soms werden er gekloofde boomstammen gebruikt voor de muren of het dak. Het grootste huis gevonden in Stein was 7,5 m breed en 36 m lang, gemaakt van hout en vlechtwerk dat met leem bestreken werd.

Bekijk hieronder een klein deel van de Bandkeramische vondsten die in ons museum te bewonderen zijn.

Museum Stein - stenen bijl
Museum Stein - vuurstenen klopper
Museum Stein - mooi versierde Bandkeramische pot
Museum Stein - maalsteen
Museum Stein - Bandkeramische potten
Museum Stein - Bandkeramisch potje
Museum Stein - dwarsdoorsnede van een afvalkuil
Museum Stein - stenen bijl
 

Lees meer

IJzertijd (800 tot 50 voor Christus)

De smeden ontwikkelden allerlei technieken zoals het maken van platen en draden door hameren en trekken, gieten, lassen, solderen en klinken. Ze maakten versierselen, vaatwerk, beelden, gereedschappen en wapens. Het gebruik van metalen gereedschap maakte veel fijnere bewerkingen mogelijk waardoor er een grote vooruitgang kwam in o.a. de houtbewerking. Het maken van wagens met wielen en van waterraden was alleen mogelijk dankzij de metalen gereedschappen. In de landbouw kwam een flinke vooruit­gang door het gebruik van een metalen ploegschaar.

Het gebruik van ijzer als basismateriaal voor gebruiksvoorwerpen deed omstreeks 700 v.Chr. zijn intrede in het Maasdal. De techniek om ijzer te maken was al bekend in de Bronstijd, maar het nieuwe metaal raakte pas vanaf ongeveer 800 voor Christus in gebruik in Nederland. IJzer komt ook in ons land voor, meestal als 'moerasijzererts'. Het wordt gevormd in beekdalen en moerassen.

Museum Stein - Ijzertijd
Museum Stein - Ijzertijd
Museum Stein - Ijzertijd
Museum Stein - Ijzertijd

De naam ijzertijd duidt op het veelvuldig gebruik van ijzer bij het maken van metalen voorwerpen. IJzer heeft diverse voordelen ten opzichte van brons:

  • Het is harder, dus beter geschikt voor wapens en gereedschap
  • Het is makkelijker te bewerken
  • Het is makkelijker te repareren
  • De grondstof ervoor komt op veel meer plaatsen voor
  • Het gaat langer mee

In de IJzertijd bouwden de smeden oventjes in een kuil of tegen een helling. in zo'n oventje werden afwisselend houtskool- en ijzerertslagen gelegd. Met een blassbalg voerde de smid lucht aan. De temperatuur van 1100 graden was te laag om alle ijzer te smelten en bij het afbreken van de oven vond de smid dan ook een klomp onzuiver ijzer van 20 tot 50 kilo. In de smidse moest hij dit ijzer opnieuw verhitten en telkens uithameren om de onzuiverheden te verwijderen.  

Doordat de metaalbewerking ontstond in de tijd van de grote steden, waar specialisatie en arbeidsverdeling gebruikelijk waren, was dit van het begin af aan een gespecialiseerd beroep, uitgeoefend door het exclusieve gilde der smeden. Dit exclusief karakter blijkt uit de geheimzinnigheid waarmee hun techniek zelfs tot voor kort werd omgeven, en uit het ontbreken van een schriftelijke overlevering, waardoor veel ervan verloren ging. De geheimhouding van bepaalde technieken speelde een belangrijke rol bij het eerste gebruik van ijzerenstaal.

De Merovingers (450 -750 n.Chr)

Officieel tot 18 september a.s. maar vermoedelijk is nog tot half oktober 2016 in het Archeologiemuseum van Stein de expositie te zien 'Stein en Obbicht in Merovingisch Limburg'. Van de Merovingische cultuur, die in deze omgeving aanwezig was, zijn in het Archeologiemuseum de vondsten van twee grote grafvelden ondergebracht: Grote Bongerd te Stein en Oude Molen te Obbicht.

Vlakbij kasteel Stein zijn op de Grote Bongerd zo'n 75 graven uit een Merovingisch grafveld onderzocht. De mensen werden in deze periode meestal niet meer gecremeerd maar begraven. Ze kregen mooie sieraden, strijdbijlen en zwaarden mee, maar ook potten met eten en drinken voor het leven na de dood.

Het restauratie-atelier Jo Kempkens heeft de bijna verloren gegane voorwerpen geconserveerd en nagenoeg herschapen in hun oorspronkelijke staat. Het resultaat kan worden bewonderd in de vitrines en is voor Europa een unieke schat aan Merovingische vondsten. Een belangrijk deel van deze vondsten worden nog enkele weken getoond in het Archeologiemuseum aan de Hoppenkampstraat 14a te Stein.

De Merovingische periode (ca. 450- 750 AD)
De Merovingische periode is de periode van ongeveer 450 tot 750 AD, vernoemd naar Merovech (447-458), een mythische koning van de Salische Franken. Van zijn zoon Childeric I (c. 436-481/82) is meer bekend: zijn rijke en beroemde graf werd al in 1653 opgegraven in het huidige Doornik (België). Een van de vondsten was de zegelring met de naam van Childeric erop (zie internet). Onder de heerschappij van zijn zoon Clovis (c. 466-511) werd het Merovingische Rijk groot. Het besloeg toen grote delen van Europa en in Nederland vooral de zuidelijke delen. In 751 wordt Pepijn 111 koning en wordt de laatste Merovingische koning afgezet. Het grote Karolingische Rijk begint dan vorm te krijgen.

Merovingen Stein

De archeologie van de Merovingische periode
De meest tot de verbeelding sprekende overblijfselen uit de Merovingische periode zijn de vele grafvelden. Deze worden voornamelijk gekenmerkt door inumatiegraven (lijkbegravingen), alhoewel crematiegraven ook bekend zijn. De doden werden mooi gekleed begraven. Van de kleding is niet veel meer over, maar de metalen gordelonderdelen en sieraden zijn wel bewaard gebleven. Ook is in de graven een veelheid aan objecten meegegeven zoals aardewerken, glazen en bronzen vaatwerk. De mannen werden bovendien vaak met een arsenaal aan vecht of jachtwapens begraven. Ook werden gebruiksvoorwerpen zoals messen, pincetten en spinklosjes meegegeven, soms in een tasje die aan de gordel was bevestigd. Voorbeelden van deze objecten uit Stein en Obbicht zijn in de tentoonstelling te bezichtigen.

Lees hier het hele artikel (PDF) >>

Hieronder een Merovingische gesp zoals die in ons museum te zien is (klik op afbeelding voor vergroting)

Museum Stein merovingische gesp

Neolithische Grafkelder

In 1963 werd door professor Modderman uit Leiden een spectaculaire vondst gedaan. Hij ontdekte tijdens de opgraving van een Bandkeramische nederzetting in Stein bij toeval een grafkelder die helemaal niet bij de Bandkeramische Cultuur hoorde. De vondst hoort in een tijd waar het gewoon was zijn doden in een grafkelder bij te zetten. De hunebedden in Drenthe zijn daarvan een bekend voorbeeld. Maar zulke keien waren in de buurt van Stein niet beschikbaar, dus gebruikte men voor deze grafkelder dikke palen. Een ander veschil met hunnebedden is dat de doden van Stein gecremeerd zijn. Dit maakt het graf van Stein tot iets heel bijzonders; er is geen ander graf hiermee te vergelijken. De groep mensen en de daarbij behorende cultuur, die dit graf aan ons naliet, is dan ook de Stein-groep genoemd. Daarmee heeft Stein de naam gegeven aan een cultuur uit de Nieuwe Steentijd. 

Deze grafkelder is zo uniek dat dat het Ministerie van Cultuur in Den Haag heeft besloten de grafkelder aan te wijzen tot beschermd archeologisch reservaat. De grafkelder vormt het middelpunt van het museum en is in ongerepte staat bewaard. De houten wanden waren uiteraard al lang weggerot, maar aan de hand van de verkleuringen in de bodem is een reconstructie gemaakt.
De grafkelder in Stein lijkt veel op die in de omgeving van Parijs (Seinebekken), in Westfalen en Hessen waar men op vergelijkbare wijze de doden bijzette.

Deze grafkelder, met zijn stenen vloertje, verschilt duidelijk van de hunebedden. Toch bestonden er contacten met het Noorden.

Dit blijkt uit het flesje met een kraag om de hals dat in Stein gevonden werd. Dergelijke kraaghalsflesjes van aardewerk zijn goed bekend in het gebied van de hunebedden, dat zich tot Denemarken uitstrekt.

Het graf bevatte crematieresten van meer dan 30 personen, verder een aantal bijgaven zoals een urn, een kraaghalsflesje en een 20-tal pijlspitsen uit dierenbeenderen en ca. 100 pijlpunten uit vuursteen.
Een blok houtskool dat werd aangetroffen werd onderzocht en bleek, na een C-14 datering, ongeveer 3000 voor Christus aan te geven, toen heeft zich in West-Europa de gewoonte verspreid om meerdere doden in een grafkelder bij te zetten.

Lees hier een uitgebreid artikel van Wim Hendrix over de Neolithisch Grafkelder >

Bekijk hieronder foto's over de grafkelder.

Museum Stein - kraaghalsflesje uit Neolitische grafkelder
Museum Stein - stenen vloer Neolitische grafkelder
Museum Stein - grafbijgaven uit Neolitische grafkelder

Bronstijd (2100 - 800 v. Chr.)

Uit deze perioden zijn van Stein vondsten aanwezig van de Urnenveldcultuur, die gedateerd wordt in de Late Bronstijd en de Vroege IJzertijd, in het eerste millennium voor Christus. In vergelijking met de overige perioden zijn uit de Bronstijd in Stein en omgeving relatief weinig voorwerpen bewaard gebleven. Het zijn meestal lossen vondsten van bronzen voorwerpen, onder andere uit de Maas.

In de bronstijd werden de doden weer verbrand. De crematie werd bijgezet in een pot (urn). Aan de versiering op de urnen zijn soms familierelaties ter herkennen.

Bronsgieters aan het werk, ca 1500 v.chr.

Omstreeeks 2100 v. Chr. bereikte de metaalbewerking het Maasdal. Wapens, werktuigen en sieraden werden sindsdien streeds meer vervaardigd uit brons, een legering van ongeveer 85% kopen en 15% tin.
Brons heeft een aantal voordelen boven steen: het kan in elke gewenste vorm worden gegoten, het breekt minder snel, is eenvoudiger bij te slijpen en kan worden omgesmolten en hergebruikt. Een nadeel is dat koper en tin in onze streek niet voorkomen. Koper moest uit Centraal-Europa of Groot-Brittannië, tin uit Frankrijk of Cornwall worden geïmporteerd. De vraag naar grondstoffen leverde toen al een soort wereldhandel op.

Hieronder enkele voorwerpen uit de Bronstijd die u in ons museum kunt zien.

Museum Stein - Bronstijd
Museum Stein - Bronstijd
Museum Stein - Bronstijd
Museum Stein - Bronstijd

Lees meer

De Romeinen in Stein

Rond het begin van onze jaartelling werd ons gewest veroverd door de Romeinen, die hier gedurende meer dan drie eeuwen hebben geheerst. Naaste een groot Romeinse gebouw op het huidige haventerrein en enkele villa's hebben zij 2 grote begraafplaatsen in Stein nagelaten: Steenakker te Stein en Hogenbosch te Elsloo. Hieraan herinneren onder andere de grote askist en de vele grafvondsten die u in de vitrines van het Archeologische museum kunt bezichtigen.

De tentoongestelde voorwerpen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de opgravingen van dr. Beckers en uit de collectie van Pater Munsters. Zij herinneren aan de pioniersarbeid, die dr. Beckers sinds 1924 aan het oudheidkundig onderzoek te Stein gewijd heeft, totdat hij in 1950 op 88-jarige leeftijd is overleden. 

Bekijk hieronder een klein aantal van de voorwerpen die de Romeinen zo'n 2000 jaar geleden in Stein achter lieten en die nu in ons museum te zien zijn.

Museum Stein - Romeinse munt
Museum Stein - Romeinse vloerverwarming
Museum Stein - Romeinse askist
Museum Stein - Romeins glaswerk

De Romeinen geloofden in een leven na de dood. De overledene leefde verder in en rond het graf. Het graf was een huis voor de overledene en daarin waren comfort, eten en drinken nodig. De nabestaanden maakten veel werk van de begrafenis en bleven de overledene goed verzorgen, omdat ze geloofden dat deze invloed kon uitoefenen op het dagelijks leven. Volgens de wet kregen de doden hun laatste rustplaats buiten de bebouwing, langs de uitvalswegen. De rijken uit de gemeenschap lagen met hun imposante graven vooraan langs de weg. Elke grafsteen droeg een inscriptie gericht aan de goden van de onderwereld. Dan volgde de naam van de overledene en iets persoonlijks over zijn of haar leven zoals leeftijd, herkomst of aantal dienstjaren in het leger.

Romeinse askist
Op het Romeins grafveld Steenakker te Stein, nabij het haventerrein, zijn 3 stenen askisten gevonden. De 3 sarcofagen bevatten de crematie van bewoners van de Romeinse gebouwen die in 1925 zijn opgegraven op de plaats waar nu de haven ligt. In de askist die nu in het museum staat bevonden zich: crematieresten, bronzen gespen, glazen bekertjes, bronzen ringen, munt van Trajanus etc. De inhoud is momenteel te zien in het Bonnefantenmuseum te Maastricht.
De askist (zie foto) is gemaakt van Nievelsteiner zandsteen afkomstig uit het Wormdal bij Kerkrade. De kist weegt ca. 2000 kg en de deksel 1500 kg.

Stichting Erfgoed Stein

Stichting Erfgoed Stein

Hoppenkampstraat 14-A

6171 VP Stein

Contact

Bezoekersinfo

Openingstijden Museum

Maandag 13.00 - 16.00 uur
Woensdag 13.00 - 16.00 uur
Vrijdag 13.00 - 16.00 uur
Zondag van 13.00 - 16.00 uur

Bezoektijden Kasteelruïne

Voor groepen vanaf 10 personen op afspraak te bezoeken

Bezoektijden Kloosterkerkhof

Vrij toegankelijk.

Openingstijden Heemkunde

Maandag 19.00 - 22.00 uur
Woensdag 13.30 - 16.30 uur

Multifunctionele Ruimte "De Hoppenkamp"

Maandag 13.00 - 16.00 uur
Woensdag 13.00 - 16.00 uur
Vrijdag 13.00 - 16.00 uur
Zondag van 13.00 - 16.00 uur

Entree Museum: € 4,50 voor volwassenen, kinderen tot en met 12 jaar gratis. Entree Kasteelruïne: € 4,50 voor volwassenen, kinderen tot en met 12 jaar gratis.
Groepsbezoeken vanaf 10 personen aan het museum -buiten de gewone openingstijden- enkel op afspraak: email of telefoon: 046-4338919 (bereikbaar tijdens openingsuren)

Route naar Hoppenkampstraat 14-A Stein