Agenda

Klik hier voor de volledige agenda >

Download onze folder

voorkant flyer 2016

ErfgoedStein de hoppenkamp grid stack 3

Meer informatie over onze Multifunctionele Ruimte DE HOPPENKAMP
die dankzij bijdragen van Oranjefonds, VSB Fonds en Kansfonds tot stand kwam.

 


Maas Trek op zondag 7 oktober: grensoverschrijdend wandelen door de Maasvallei

Voor de inmiddels vierde editie van het grensoverschrijdend wandelevenement "Maas Trek" strijken we op zondag 7 oktober neer in het midden van de Maasvallei, in de gemeenten Dilsen – Stokkem, Maasmechelen, Sittard – Geleen en Stein. Via de uitgestippelde wandelroutes (3, 5, 11, 20 en 25 km) kan je op ontdekking langs pareltjes zoals het kasteel van Obbicht, de lemen uitkijktoren in natuurgebied Negenoord - Kerkeweerd, de werkzaamheden langs de Maas in Boyen en zorgboerderij Ommersteyn in Dilsen – Stokkem. Je wandelt ook een stuk langs de oever van de Maas, en dat is natuurlijk ook altijd mooi om te zien.

Programma Maas Trek
Vanaf 8 uur: start inschrijvingen
· 3 en 5 km: tot 15 uur
· 11 en 20 km: tot 14 uur
· 25 km: tot 11 uur

OPGELET: De routes van 20 en 25 km zijn grensoverschrijdend. Je steekt de Maas over via de veerponten. Voor een overzet met veerpont dien je ter plaatse nog 1 euro p.p. te betalen.
EXTRA: Dit jaar hebben we ook een rolstoel- en buggyvriendelijke route van 3 km voorzien!
HANDIG OM WETEN: honden mogen uiteraard mee op pad mits ze aangelijnd zijn.
Vanaf 13 uur: Randanimatie aan de startplaats: kindergrime, springkasteel, volksspelen, gezellig terras...

Praktisch
Zondag 7 oktober 2018
Start: Maascentrum De Wissen: Negenoordlaan 2, 3650 Dilsen - Stokkem
Start inschrijvingen vanaf 8 uur
Deelname: 2,50 euro p.p. Kinderen tot 12 jaar wandelen gratis mee
Routes mogelijk van 3, 5, 11, 20 en 25 km. De route van 3 km is rolstoel- en buggyvriendelijk.

Zie ook: Maas Trek 2018

Maas Trek 2

Zondag 7 oktober Theaterwandeling door Obbicht

Thema: Overtocht van het Leger van de Prins van Oranje in 1568(afbeelding boven)

Zondag 7 oktober wordt in Obbicht op een zeer originele wijze stilgestaan bij het herdenken van het begin van de 80-jarige oorlog in 1568, waarbij Willem van Oranje op het kasteel van Obbicht overnachtte en vervolgens met zijn leger de Maas overstak.

Obbicht telt vele monumenten die de rijke historie van dit mooie maasdorp markeren. Ook aan de overtocht van Willem van Oranje is een prachtig monument gewijd, dat in 1999 door onze huidige koning Willem Alexander is onthuld.

Bij die gelegenheid schreef Herman Veugelers het boeiende toneelstuk “Wie ein vluch wilj gauwze”, daarmee verwijzend naar een uitspraak van landvoogd Alva, die maar niet kon bevatten dat Willem van Oranje ongemerkt de Maas was overgestoken. Het toneelstuk werd in 1999 tienmaal opgevoerd op de binnenplaats van het kasteel van Obbicht. Bij de première was zelfs onze huidige koning aanwezig.

Het Ecrevissecomité wil dit historisch moment dat 450 jaar geleden de 80-jarige oorlog begon, niet ongemerkt voorbij laten gaan. Twee Ecrevissers, Ger Heldens en Wil Leurs hebben het toneelstuk van Herman Veugelers, bewerkt tot een theaterwandeling waardoor op 9 verschillende locaties in Obbicht wat te beleven valt. Inmiddels repeteren wekelijks zo’n 20 toneelspelers onder leiding van regisseuse Nicole Schurgers uit Sittard.

Op zondag 7 oktober vindt in Obbicht de wandeling plaats die onder andere door het kasteelpark leidt, waarbij fragmenten uit het toneelstuk “Wie ein vluch wilj gauwze” worden opgevoerd, afgewisseld met prachtige muziek van bekende ensembles, zang (diverse solisten en een koor) en een geweldige dansgroep. Kortom een boeiende carrousel vol met natuur, cultuur en historie.

Vanwege het kleinschalige van de productie, op mooie verrassende, intieme toneellocaties, zal de carrousel 5 maal draaien. Het aantal bezoekers zal daardoor beperkt zijn. Er wordt uitgegaan van groepen van ongeveer 40 personen, die telkens starten in de harmoniezaal en onder begeleiding van een gids gaan wandelen, kijken en luisteren. Dat kan zowel om 14.00 of 14.30, 15.00, 15.30 en 16.00 uur. Bezoekers moeten zich van tevoren aanmelden.

Aanmelding per mail naar voor 30 sept. Aangeven: het aantal personen en op welk tijdstip u graag wilt starten. Belangstellenden krijgen uiterlijk 3 oktober bericht in welke groep men is ingedeeld. (Bij te grote aantallen voor een bepaalde tijdstip kan men ingedeeld worden bij een volgende start.) De wandeling duurt ongeveer anderhalf uur. De kosten bedragen € 5,00 en dat is inclusief een kop koffie met vlaai (na afloop) in de harmoniezaal.

Donderdag 13 oktober: lezing Wim Hendrix over archeologie in Stein en omgeving

Wim Hendrix is werkzaam bij Rijkswaterstaat en sinds 1978 actief in het archeologisch veldonderzoek in de regio Stein/Elsloo. Hij richt zich daarbij voornamelijk op de prehistorie, met bijbehorende aandacht voor de Lineaire Bandkeramiek. Hij was bij diverse opgravingprojecten in en buiten de gemeente Stein betrokken. De belangrijkste resultaten van het archeologisch onderzoek legde hij vast in publicaties, die verschenen in o.a. 'Historisch jaarboek voor het Land van Zwentibold' en in 'Archeologie in Limburg'.

Indeling avond
19.30 - 20.00 uur: Ontvangst
20:00 – 20:45 uur: Historie van het archeologisch onderzoek te Stein
20:45 – 21:00 uur: Pauze
21:00 – 21:45 uur: Hoofdpunten van de archeologie in Stein en omgeving

Het eerste deel van de lezing geeft een overzicht van de historische ontwikkeling van het archeologisch onderzoek in Stein en de personen die daarbij een rol speelden. In het tweede deel wordt nader ingegaan op het archeologisch karakter van Stein en omgeving en de culturen die daarin een belangrijke plaats innemen. Ook zullen diverse archeologische vondsten met een bovenregionale betekenis worden besproken.

Het bestuur van de Stichting Erfgoed Stein nodigt u uit om deze lezing bij te wonen. De zaal is om 19.30 open. Na afloop bestaat de gelegenheid om met de spreker en andere gasten archeologische onderwerpen te bespreken.
De entree is gratis.
Deelnemers kunnen zich vanaf heden tot 10 oktober 2016 aanmelden bij het secretariaat: 

Kloosterkerkhof piekfijn in orde

Onze vrijwilligers (gemiddelde leeftijd 75 jaar) zijn regelmatig in de weer om het Kloosterkerkhof weer een mooier aanzien te geven middels een grote onderhoudsbeurt.

MuseumStein Kloosterkerkhof 20150926 1

Het was een kwestie van onkruid wieden, de kruisjes schoonmaken en de paden vegen. In totaal werden er een achttal volle kruiwagens groenafval afgevoerd, dus het was wel de moeite waard en het resultaat mag er zijn. (klik op afbeeldingen voor vergroting)

MuseumStein Kloosterkerkhof 20150926 3

 

Bezoekers vol lof over expositie Julianakanaal

ErfgoedStein Julianakanaal80 2

De op 13 september geopende expositie 80 jaar Julianakanaal trekt veel bezoekers die ook nog eens bijzonder veel lof uiten over de aanpak, het materiaal en de uitleg door de museumgidsen.

De expositie kan bezocht worden op woensdag en vrijdag van 13.00 uur tot 16.00 uur en zondag van 13.00 uur tot 17.00 uur. Groepen kunnen ten alle tijden reserveren via telefoonnummer 046- 4338919.

Laat deze kans niet voorbijgaan om niet alleen uniek foto- en filmmateriaal te zien, maar ook gebruiksvoorwerpen alsmede kundige uitleg en achtergrondinformatie. De tentoonstelling is te zien tot en met 20 december.

 ErfgoedStein Julianakanaal80 3

Monumentenweekend 11 en 12 september 2010

Monumentenweekend van 11 en 12 september 2010

 Johan Philip Eugenius, graaf van Merode en heer van Stein, bezoekt Stein in december 1709.

 Tijdens het Monumentenweekend van 11 en 12 september 2010 zal op de kasteelruïne van Stein de benoemingsakte te zien zijn van Johan Hendrik Ecrevisse tot drossaard van Stein. Dit bijzondere handgeschreven document is opgesteld op 23 juni 1730 en is voorzien van het zegel van de veldmaarschalk Johan Philip Eugenius, graaf van Merode, markies van Westerlo en heer van Stein. Met betrekking tot deze veldmaarschalk is voor het monumentenweekend een aparte vitrine ingericht. Deze veldmaarschalk heeft in 1709 een bezoek van 14 dagen gebracht aan de heerlijkheid Stein en pater Munsters heeft in 1961 een artikel voor de Maasgouw geschreven over dit bezoek. Hier een verkorte weergave.

 Johan Philip Eugenius is geboren te Brussel op 22 juni 1674 en gestorven te Merode bij Düren op 12 september 1732. Zijn grootmoeder Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg had haar erfgoed Stein vermaakt aan haar tweede zoon Maximiliaan. Om het familiebezit onverdeeld te handhaven was deze Maximiliaan na langdurige onderhandelingen met de pauselijke curie en tegen betaling van twintigduizend kronen met de nodige dispensatie in 1665 getrouwd met de enige dochter van zijn overleden broer. Maximiliaan stierf op 3 september 1675; zijn zoon was toen nog maar één jaar en twee maanden oud. Zijn moeder hertrouwde in 1677 met de hertog van Holstein-Rethwitsch en door deze tweede vader werd hij voor de krijgsdienst opgeleid. Hij blijkt uit te groeien tot een soldaat met grote leidersgaven. Hij had een groot gevoel van eigenwaarde en hij spaarde niemand van kritiek met gevolg dat hij ook veel vijanden had en tegengewerkt werd.

 Johan Philip Eugenius verbleef meestal in Merode (Dld.) of Westerlo (B.), maar ook in Brussel en op zijn andere kastelen en goederen, zoals Pietersheim bij Lanaken en Odenkirchen bij Keulen. Stein werd ook door hem bezocht als hij niet bij oorlogen betrokken was. Er zijn verschillende jaren bekend dat hij tijdelijk in Stein was, maar zijn verblijf was nimmer van lange duur. In november 1709 was hij in Odenkirchen en van 3 tot 17 december verbleef hij in Stein om vervolgens door te reizen naar Westerlo, vergezeld van zijn vrouw en kinderen. Hij reisde in een karos met zes paarden en voor zijn familie was er een tweede karos. Voor de overtocht over de Maas werd hiervoor tweemaal het bedrag van 4 gulden in rekening gebracht. Voor de overtocht moest hij totaal 61 gulden betalen. Hij werd vergezeld van vijftien dragonders te paard en vier geladen karren met reisbenodigdheden en huisraad. Daarnaast een aantal manschappen te voet, wagenbegeleiders en knechten. Zijn drossaard te Stein deed hem uitgeleide, gezeten in een sjees met paard en verder door zijn rentmeester, die zich overeenkomstig zijn rang met een paard moest tevreden stellen. Het was een indrukwekkende karavaan, passend bij zijn stand.

 Het bezoek was voor Stein ongetwijfeld de gebeurtenis van het jaar. In die veertien dagen werd er druk gewerkt. De graaf hield zich bezig met de inventarisatie en inspectie van zijn goederen te Stein en pleegde overleg met de rentmeester omtrent het beheer en de verbetering van haar rendabiliteit. De vaste jaarinkomsten bedroegen in die tijd gemiddeld in granen ruim 6000 vat en in geld bijna 4500 gulden, met daarnaast nog diverse andere inkomsten. Dat alles onbelast. Voor de aan te brengen verbeteringen werd de rentmeester gelast de opbrengst van het land met 20% te verhogen. Verder werd opdracht gegeven een grote hoeveelheid noten- en kastanjebomen, iepen, platanen en linden te planten, de schroeiing langs de Maasoever te herstellen en mettertijd een nieuwe wind- of watermolen erbij te bouwen. Ook de toestand van het kasteel werd bekeken; verbeteringen werden aangebracht aan de toegangspoort, de ramen en de slagboom bij de toegang tot het dorp. Het was een complete visitatie van de heerlijkheid met al haar instellingen. Zo vroeg en verkreeg de pastoor het gratis gebruik van twee boomgaarden achter de kerk en daarnaast gaf de graaf opdracht om middelen te zoeken om de gemeente Stein te bevrijden van een lening van meer dan dertigduizend gulden, waarmee zij belast was. Hij heeft niet kunnen vermoeden, dat bijna 250 jaar later de oude lening werd omgezet in een nieuwe, enkel en alleen omdat de interestberekening in de loop der jaren steeds omslachtiger en moeilijker was geworden.

 Niet enkel de graaf had zijn bezigheden, heel het dorp was met dat ongewone bezoek gemoeid. Het gaf een enorme drukte. Zelfs de smid van Nagelbeek moest erbij gehaald worden om de paarden te beslaan en de wagens te repareren. Vooral de voedselvoorziening schiep problemen. Bakkers en kruideniers van Stein waren niet berekend op dit gezelschap en veel benodigdheden moesten uit Maastricht gehaald worden. De vleeswaren werden besteld bij een Jood; de rekening is althans in hebreeuwse lettertekens opgesteld. Voor die veertien dagen met drie vastendagen moest gezorgd worden voor bijna 700 pond rund- en hamelvlees, waaronder 38 pond spek, naast de schapen die in Stein opgekocht en geslacht werden. De kosten van dat vlees waren echter gering en bedroegen nauwelijks 130 gulden. Herman Smeets leverde op vrijdag 6 en 13 december en zaterdag 14 december voor 28 gulden aan vis. Haringen werden daaronder uitdrukkelijk vermeld, maar ook andere soorten vis zijn erbij begrepen. De vijvers te Stein leverden in die tijd aan vis voor meer dan 400 gulden per jaar op. Voor die veertien dagen was er voor 66 gulden aan wittebrood en een zeer grote hoeveelheid eieren, “Hollandse” kaas, boter en appelen. Er is sprake van 27 kannen azijn die nodig geweest zullen zijn voor de vleesbereiding. Ook diverse suikerwerken en chocolade worden in de rekeningen vermeld. Een half aam wijn (dat is circa 75 liter) werd geleverd door de handelaar Salden uit Sittard, maar ook van elders werd wijn betrokken. Het geleverde bier wordt onderscheiden in goed, middel en herbergbier. Van de eerste twee soorten werd van elk 5 tonnen en van de laatste 4 tonnen ingeslagen. Dit laatste bier werd geleverd door de twee brouwers van Stein. Met 14 ton kon men de keel behoorlijk vochtig houden, maar men mag niet vergeten dat de dagtaak van een dragonder daar wel enigszins mee gemoeid was.

Een voorname post vormde nog de kaarsen. Met tien pond per dag kon men ook in december een aardige illuminatie aanrichten en behoorlijk nachtwerk verzorgen. Een zilveren kaarsensnuiter zal daarom al evenmin overbodig geweest zijn. De “juffrouwen” hadden garen nodig voor hun naaldwerk en zijne Excellentie een grote hoeveelheid lak voor het verzegelen van zijn brieven. Een en ander eiste het uiterste aan personeel. Aan niet minder dan acht knechten met buitenlandse namen werd op 17 december een loon van 130 gulden betaald. Bovendien waren in de keuken nog drie vrouwen te werk gesteld om op te wassen. Deze laatste zullen van Stein geweest zijn, evenals de talrijke boden en knechten die in die dagen op en neer moesten reizen tussen Stein, Sittard en Maastricht. Mevrouw d’ Odtman, de vrouw van de rentmeester, die in die dagen de leiding had voor de verzorging van de gasten zal blij geweest zijn, toen het uur van vertrek gekomen was.

 U kunt de kasteelruïne aan de Ondergenhousweg en het Archeologiemuseum aan de Hoppenkampstraat bezoeken tijdens het monumentenweekend op 11 en 12 september a.s. van 12.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis. Op de website van de Archeologiestichting treft u meer informatie aan over het Monumentenweekend, alsmede over de veldmaarschalk Van Merode. De speciale prijsvraag is eveneens te downloaden vanaf de website: www.archeologiestichtingstein.nl

 

Johan Philip Eugenius, graaf van Merode en heer van Stein, bezoekt Stein in december 1709

Monumentenweekend van 11 en 12 september 2010

Tijdens het Monumentenweekend van 11 en 12 september 2010 zal op de kasteelruïne van Stein de benoemingsakte te zien zijn van Johan Hendrik Ecrevisse tot drossaard van Stein. Dit bijzondere handgeschreven document is opgesteld op 23 juni 1730 en is voorzien van het zegel van de veldmaarschalk Johan Philip Eugenius, graaf van Merode, markies van Westerlo en heer van Stein. Met betrekking tot deze veldmaarschalk is voor het monumentenweekend een aparte vitrine ingericht. Deze veldmaarschalk heeft in 1709 een bezoek van 14 dagen gebracht aan de heerlijkheid Stein en pater Munsters heeft in 1961 een artikel voor de Maasgouw geschreven over dit bezoek. Hier een verkorte weergave.

Johan Philip Eugenius is geboren te Brussel op 22 juni 1674 en gestorven te Merode bij Düren op 12 september 1732. Zijn grootmoeder Anna Maria Sidonia van Bronckhorst-Batenburg had haar erfgoed Stein vermaakt aan haar tweede zoon Maximiliaan. Om het familiebezit onverdeeld te handhaven was deze Maximiliaan na langdurige onderhandelingen met de pauselijke curie en tegen betaling van twintigduizend kronen met de nodige dispensatie in 1665 getrouwd met de enige dochter van zijn overleden broer. Maximiliaan stierf op 3 september 1675; zijn zoon was toen nog maar één jaar en twee maanden oud. Zijn moeder hertrouwde in 1677 met de hertog van Holstein-Rethwitsch en door deze tweede vader werd hij voor de krijgsdienst opgeleid. Hij blijkt uit te groeien tot een soldaat met grote leidersgaven. Hij had een groot gevoel van eigenwaarde en hij spaarde niemand van kritiek met gevolg dat hij ook veel vijanden had en tegengewerkt werd.

Johan Philip Eugenius verbleef meestal in Merode (Dld.) of Westerlo (B.), maar ook in Brussel en op zijn andere kastelen en goederen, zoals Pietersheim bij Lanaken en Odenkirchen bij Keulen. Stein werd ook door hem bezocht als hij niet bij oorlogen betrokken was. Er zijn verschillende jaren bekend dat hij tijdelijk in Stein was, maar zijn verblijf was nimmer van lange duur. In november 1709 was hij in Odenkirchen en van 3 tot 17 december verbleef hij in Stein om vervolgens door te reizen naar Westerlo, vergezeld van zijn vrouw en kinderen. Hij reisde in een karos met zes paarden en voor zijn familie was er een tweede karos. Voor de overtocht over de Maas werd hiervoor tweemaal het bedrag van 4 gulden in rekening gebracht. Voor de overtocht moest hij totaal 61 gulden betalen. Hij werd vergezeld van vijftien dragonders te paard en vier geladen karren met reisbenodigdheden en huisraad. Daarnaast een aantal manschappen te voet, wagenbegeleiders en knechten. Zijn drossaard te Stein deed hem uitgeleide, gezeten in een sjees met paard en verder door zijn rentmeester, die zich overeenkomstig zijn rang met een paard moest tevreden stellen. Het was een indrukwekkende karavaan, passend bij zijn stand.

Het bezoek was voor Stein ongetwijfeld de gebeurtenis van het jaar. In die veertien dagen werd er druk gewerkt. De graaf hield zich bezig met de inventarisatie en inspectie van zijn goederen te Stein en pleegde overleg met de rentmeester omtrent het beheer en de verbetering van haar rendabiliteit. De vaste jaarinkomsten bedroegen in die tijd gemiddeld in granen ruim 6000 vat en in geld bijna 4500 gulden, met daarnaast nog diverse andere inkomsten. Dat alles onbelast. Voor de aan te brengen verbeteringen werd de rentmeester gelast de opbrengst van het land met 20% te verhogen. Verder werd opdracht gegeven een grote hoeveelheid noten- en kastanjebomen, iepen, platanen en linden te planten, de schroeiing langs de Maasoever te herstellen en mettertijd een nieuwe wind- of watermolen erbij te bouwen. Ook de toestand van het kasteel werd bekeken; verbeteringen werden aangebracht aan de toegangspoort, de ramen en de slagboom bij de toegang tot het dorp. Het was een complete visitatie van de heerlijkheid met al haar instellingen. Zo vroeg en verkreeg de pastoor het gratis gebruik van twee boomgaarden achter de kerk en daarnaast gaf de graaf opdracht om middelen te zoeken om de gemeente Stein te bevrijden van een lening van meer dan dertigduizend gulden, waarmee zij belast was. Hij heeft niet kunnen vermoeden, dat bijna 250 jaar later de oude lening werd omgezet in een nieuwe, enkel en alleen omdat de interestberekening in de loop der jaren steeds omslachtiger en moeilijker was geworden.

Niet enkel de graaf had zijn bezigheden, heel het dorp was met dat ongewone bezoek gemoeid. Het gaf een enorme drukte. Zelfs de smid van Nagelbeek moest erbij gehaald worden om de paarden te beslaan en de wagens te repareren. Vooral de voedselvoorziening schiep problemen. Bakkers en kruideniers van Stein waren niet berekend op dit gezelschap en veel benodigdheden moesten uit Maastricht gehaald worden. De vleeswaren werden besteld bij een Jood; de rekening is althans in hebreeuwse lettertekens opgesteld. Voor die veertien dagen met drie vastendagen moest gezorgd worden voor bijna 700 pond rund- en hamelvlees, waaronder 38 pond spek, naast de schapen die in Stein opgekocht en geslacht werden. De kosten van dat vlees waren echter gering en bedroegen nauwelijks 130 gulden. Herman Smeets leverde op vrijdag 6 en 13 december en zaterdag 14 december voor 28 gulden aan vis. Haringen werden daaronder uitdrukkelijk vermeld, maar ook andere soorten vis zijn erbij begrepen. De vijvers te Stein leverden in die tijd aan vis voor meer dan 400 gulden per jaar op. Voor die veertien dagen was er voor 66 gulden aan wittebrood en een zeer grote hoeveelheid eieren, “Hollandse” kaas, boter en appelen. Er is sprake van 27 kannen azijn die nodig geweest zullen zijn voor de vleesbereiding. Ook diverse suikerwerken en chocolade worden in de rekeningen vermeld. Een half aam wijn (dat is circa 75 liter) werd geleverd door de handelaar Salden uit Sittard, maar ook van elders werd wijn betrokken. Het geleverde bier wordt onderscheiden in goed, middel en herbergbier. Van de eerste twee soorten werd van elk 5 tonnen en van de laatste 4 tonnen ingeslagen. Dit laatste bier werd geleverd door de twee brouwers van Stein. Met 14 ton kon men de keel behoorlijk vochtig houden, maar men mag niet vergeten dat de dagtaak van een dragonder daar wel enigszins mee gemoeid was.

Een voorname post vormde nog de kaarsen. Met tien pond per dag kon men ook in december een aardige illuminatie aanrichten en behoorlijk nachtwerk verzorgen. Een zilveren kaarsensnuiter zal daarom al evenmin overbodig geweest zijn. De “juffrouwen” hadden garen nodig voor hun naaldwerk en zijne Excellentie een grote hoeveelheid lak voor het verzegelen van zijn brieven. Een en ander eiste het uiterste aan personeel. Aan niet minder dan acht knechten met buitenlandse namen werd op 17 december een loon van 130 gulden betaald. Bovendien waren in de keuken nog drie vrouwen te werk gesteld om op te wassen. Deze laatste zullen van Stein geweest zijn, evenals de talrijke boden en knechten die in die dagen op en neer moesten reizen tussen Stein, Sittard en Maastricht. Mevrouw d’ Odtman, de vrouw van de rentmeester, die in die dagen de leiding had voor de verzorging van de gasten zal blij geweest zijn, toen het uur van vertrek gekomen was.

U kunt de kasteelruïne aan de Ondergenhousweg en het Archeologiemuseum aan de Hoppenkampstraat bezoeken tijdens het monumentenweekend op 11 en 12 september a.s. van 12.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis. Op de website van de Archeologiestichting treft u meer informatie aan over het Monumentenweekend, alsmede over de veldmaarschalk Van Merode. De speciale prijsvraag is eveneens te downloaden vanaf de website: www.archeologiestichtingstein.nl

Stichting Erfgoed Stein

Stichting Erfgoed Stein

Hoppenkampstraat 14-A

6171 VP Stein

Contact

Bezoekersinfo

Openingstijden Museum

Maandag 13.00 - 16.00 uur
Woensdag 13.00 - 16.00 uur
Vrijdag 13.00 - 16.00 uur
Zondag wisselend, zie agenda

Bezoektijden Kasteelruïne

Voor groepen vanaf 10 personen op afspraak te bezoeken

Bezoektijden Kloosterkerkhof

Vrij toegankelijk.

Openingstijden Heemkunde

Maandag 19.00 - 22.00 uur
Woensdag 13.30 - 16.30 uur

Multifunctionele Ruimte "De Hoppenkamp"

Maandag 13.00 - 16.00 uur
Woensdag 13.00 - 16.00 uur
Vrijdag 13.00 - 16.00 uur
Zondag wisselend, zie agenda

Entree Museum: € 4,50 voor volwassenen, kinderen tot en met 12 jaar gratis. Entree Kasteelruïne: € 4,50 voor volwassenen, kinderen tot en met 12 jaar gratis.
Groepsbezoeken vanaf 10 personen aan het museum -buiten de gewone openingstijden- enkel op afspraak: email of telefoon: 046-4338919 (bereikbaar tijdens openingsuren)

Route naar Hoppenkampstraat 14-A Stein

Route Hoppenkampstraat 14 Stein A