
Confectie boog het hoofd na jaren bloei
Atelier Chas Macintosh aan de Industrieweg in Stein in 1973
Uit: demijnen.nl Collectie De Staatsmijnen
Beyer’s confectie- atelier in Oud-Stein, met in de jaren vijftig vooral vrouwelijke werknemers, groeide uit tot kledingconcern Macintosh.
Na jaren van bloei ging het begin jaren tachtig ter ziele.
In september 1950 verscheen in de kromming van de Industrieweg te Stein een groot wit gebouw: Beyer ‘s confectie-atelier, dat op 18 september in bedrijf ging. Met man en macht was er gewerkt om dit mogelijk te maken. Terwijl in het ene lokaal schilders en stukadoors nog bezig waren, werden in een andere zaal machines geplaatst die bediend gingen werden door vaardige meisjeshanden, die een stroom van artikelen zouden gaan afleveren.
Begonnen werd met 90 meisjes, terwijl uitbreiding van het atelier aan alle zijden mogelijk was.
De bedoeling was om voorlopig in hoofdzaak sportkleding te vervaardigen, waarvoor al talrijke orders binnen waren gekomen o.a. uit België en Duitsland.
In 1959 besloot de inmiddels N.V. Chas Macintosh geheten als eerste Limburgse confectiebedrijf over te gaan tot de invoering van een vakopleiding voor confectienaaisters volgens het leerlingstelsel. Er werd met ingang van september gestart. In de Limburgse ateliers van Chas Macintosh werkten toen ca 1600 personen, waarvan het overgrote deel uit vrouwelijk personeel bestond, voor wie de mogelijkheid tot het volgen van een dergelijke vakopleiding van groot belang was.
Aan het einde van het opleidingsjaar werd een examen afgenomen en slaagden de meisjes, dan kregen zij een VOC-diploma en een speldje.
In de daaropvolgende jaren groeide het bedrijf al snel uit en werd ondanks uitbreiding ter plaatse de locatie te klein en kwam er in 1964 op de Mauritsweg tegenover het Steinderbos nieuwbouw in de vorm van kantoren, het representatieve hoofdkwartier van de N.V. Chas Macintosh, en een productielocatie.

De dames van Atelier Chas Macintosh met medewerker
Jan (de Pöt) Janssen Uit: Archief SES
De totale bouw- en inrichtingskosten bedroegen bijna 4 miljoen. Op dat moment werkten er bijna 400 mensen, waarbij het aantal mannelijke medewerkers overheerste. Dit vertelde directeur Beijer in zijn openingstoespraak. Hij zei daarin ook nog dat Macintosh in 1963 in totaal rond 11 miljoen meter stoffen verwerkte waaruit 3,9 miljoen kledingstukken werden vervaardigd.
In het voorjaar van 1980 verdwenen 100 banen bij Macintosh Oud-Stein doordat de sector herenbovenkleding lange tijd slecht bleef. Bij het atelier langs de Industrieweg werkten op dat moment 300 vrouwen. De inkrimping geschiedde via natuurlijk verloop, zodat niemand ontslagen behoefde te worden. Een deel van de 100 personeelsleden werden elders bij Macintosh Stein herplaatst.
In het najaar van 1980 is het vrijwel gedaan met het kledingconcern Macintosh en moeten ongeveer duizend banen verdwijnen. De mogelijkheden om dat door natuurlijk verloop tot stand te brengen, waren uiterst beperkt en er vielen dan ook massaal ontslagen.
Tegenwoordig behoort de confectie-industrie in Stein tot het verleden en is ook het imposante hoofdgebouw van Macintosh langs de Mauritsweg gesloopt.
Literatuur.
- Limburgsch dagblad 06 september 1950
- De Limburger 11 juni 1959
- Limburgsch Dagblad 03 oktober 1964
- Limburgsch dagblad 23 januari 1980
- De Volkskrant 27 november 1980