Hulp bij toegankelijkheid

Terug naar hoofdinhoud

Dit maakt Stein voor mij…

Door Ernest Gorissen

Het onderwijs staat midden in de belangstelling. Al vele jaren wordt gedelibereerd over het curriculum, einddoelen, doorstroom- en eindtoetsen, tekort aan gekwalificeerd personeel, beloning, gebruik van sociale media, mobiele telefoons op school. En de laatste weken leidt dat in veel landen tot demonstraties van leerlingen en studenten met een roep om beter onderwijs, kleinere klassen, meer docenten. Deze terechte roep om verbetering werd echter gekaapt door extreme figuren die enkel uit zijn op rellen, plunderingen, brandstichtingen.
 
Een vernieuwing van het onderwijs werd in ons land ingezet met de onderwijswet van 1806 met de introductie van een nieuwe basisschool met geheel vernieuwde doelstellingen, inhouden en werkvormen. Dit ter voorbereiding op nationaal burgerschap. Bepaald werd verder dat er alleen klassikaal onderwijs gegeven mocht worden. In de oude school werd hoofdelijk onderwijs gegeven: leerlingen leerden individueel en meestal hardop hun lessen, die vervolgens individueel werden opgezegd voor de onderwijzer. Gevolg was dat het ontzettend rumoerig was en het onderwijs kende dus geen gemeenschappelijk programma. In de praktijk stuitte de invoering van de wet van 1806 op de nodige problemen: gebrekkige financiële middelen. Bovendien was er geen leerplicht. Schoolverzuim kon alleen door vrijwillige medewerking van de ouders worden tegengegaan. Groot voordeel van de wet was wel dat voortaan lijf-en schandestraffen verboden waren. Leerlingen moesten worden aangespoord optimale prestaties te leveren, waarbij goede prestaties werden beloond en wanprestaties gestraft door briefjes van verdiensten en afkeuring op een ere- en schandbord en door het uitdelen van prijzen.

Stein wil mee in de vaart der volkeren

In de gemeente Stein wordt er eerst in 1825 een verzoek ingediend bij de Kommissaris van het districkt Maestricht om te komen tot het “opbouwen van een school lokal, en in de nodige school behoeftens te voorzien. Dat het den Gemeente Raad zeer aangenaam zoude zijn dat er een behoorlijk school lokal met alle de geschikte behoeftens zoude kunnen gebouwd worden, maar daar in tegendeel bevind hij zig in de onmoogelijk-
heid om tot de middelen te kunnen geraaken, om reden dat de gemeente belaast is met een vastgestelde schuld van 15377 gulden Nederlandsch, en de jaarlijksche intressen tot eene somme van 532 gulden 58 cents, zonder de agterstallige schuld, dat den personele omslaag
van zeven honderd gulden nog niet biereikende is om de schulden te betaalen, en dat de gemeente geenen middel bekend is om tot deze boven gemelde opbouwing te geraeken.”

Op 4 oktober 1827 wordt dit verzoek herhaald omdat “eenigen langeren uitstel” onverantwoord is. En daarom heeft de gemeenteraad “besloten voorloopig te bepalen als volgt”,
te weten:

  1. “Dat, om alle langere vertraging voor te komen, van gemeente wegen uit de fondsen in den staet van begrooting en in de kas aanwezig, als overschot in de rekening te brengen in den staat van begroting van 1828, zal worden betaald de som van fl 105, te ween f. 95 voor huur van het school locaal, vuur en licht van hetzelve, als mede voor logies, onderhoud en voeding van den onderwijzer, voor een jaar, aanvang te nemen met primo november aanstaande en de overige fl. 10 tot aanschaffing der voorlopige benoodigde school behoeftens en indemniteit voor den onderwijzer, voor het geven van onderwijs aan behoeftige kinderen;
  2. “Dewijl, zoo als in voorig artikel vermeld is, aan den onderwijzer gemeentewegen zal worden verschaft logies en voeding, zoo zal hij op geene verdere toelage aanspraak kunnen maken dan alleen op het schoolgeld, door ieder scholier, welke niet onder klasse der behoeftige worden gerekend, aan hem per maand zal moeten betaald worden, en welk maandelijks schoolgeld bij deze word bepaald en vastgesteld op 20 centen;
  3. ‘Dat zich Anton Brouns,…. belast en aanneemt van voor een jaar, te rekenen van den eersten november 1827, of zoo dra de school zal aanvangen, aan de gemeente voor school-locaal te verhuren, zoo als verhuurt, bij deze eene groote en eenigste in de gemeente daar voor te bekome, geschikte kamer voor aan de straat te Stein op den berg gelegen en daar in te bezorgen het noodige vuur en licht, als mede van aan den onderwijzer, gedurende gezeid jaar te geven logies en voeding, mits aan hem voor alles zal moeten worden betaald gezegde som van fl 95 en een kar steinkolen, welke laaste hem door het Arme bestuur voor behoeftige kinderen, zoo als voorheen altoos aan den onderwijzer heeft plaats gehad, zal worden verstrekt”;
  4. “Dat de raad tot schoolonderwijzer aanneemt den kandidaat Michael Schroërs, geboren en wonende te Susteren, welken … verklaard voor gezegd jaar met gemelde schikkingen volkomen genoegen te nemen en den post van schoolonderwijzer in deze gemeente, onder gemelde bedingnissen aan te nemen, bij aldien de opper autoriteit hem gunstig daar toe gelieft te benoemen.”

Bron: RegioArchief Sittard, Archieven der gemeente Stein, 1819-1937, Toegangsnummer 911, Inventarisnummer 01, volgnummer 81 en 92