Overval van de Bokkerijders in de Maasband in 1756
Door: Jan Smeets Stichting Erfgoed Stein
De recente uitvoeringen in 2026 van de musical “Bokkenrijders” is reden om ook aandacht te schenken aan deze roemruchte vroegere roversbende:
De Bokkerijders hebben zich van God noch gebod, van rang noch stand iets aangetrokken. Dat blijkt overduidelijk uit de brutale overval, die zij in 1756 op de schepen Peter Walraven uit de Vrije Heerlijkheid Leuth (België) plegen.
Hij woont in de Maasband, een gehucht, dat tegenwoordig onder de gemeente Stein valt en aan de Maas is gelegen.

De voormalige woning van Peter Walraven in de Maasband. Uit: Archief SES
Kruidenierswaren
Hij heeft bij zijn woonhuis een winkel, waar hij kruidenierswaren verkoopt. De overval op zijn huis is voor geschiedschrijvers reden geweest om deze gruweldaden te beschrijven.
Zo schrijft Pastoor J. A. Daniëls * 1736 uit het gehucht Scheydt bij Schaesberg onder zijn pseudoniem S.J.P. Sleinada onder meer:
“Over de Maeze waeren kort tevooren nog eenige inbraeken gebeurd, recht over Berg, op den Maeskant. In 1756 tusschen 22 en 23 van Oogstmaend, s'nagts, ondervond sr. Walraven in de Maesband, omtrent Stein gelegen, niet verre van Stokhem en Maesijck, langs de Maeze, dat de dievery weer stoutmoedig de hoornen opstak”.
Geweld
In die nacht zijn tientallen bendeleden in de Maasband te vinden.
Op drie steenworpen afstand van het huis van Peter Walraven staat de kersverse bokkerijder Cobus Offermans op de uitkijk. Vanaf zijn post kan hij vaag onderscheiden hoe de andere bendeleden pogingen in het werk stellen om de woning open te breken. Met geweld breken zij de voordeur open.
Zij dringen het huis binnen en slaan met een bijl het middelste paneel uit de slaapkamerdeur. Plotseling hoort hij de bewoners van het huis om hulp roepen. Cobus verlaat zijn post en gaat naar binnen. Wat hij daar ziet doet hem de schrik in de benen slaan.
Enkele bendeleden hebben Peter Walraven vastgegrepen en ranselen hem op beestachtige manier af. De echtgenote van Peter wordt gekneveld en op de grond gegooid. De bandieten breken met een bijl kisten en kasten open. Op dat moment ziet Anthoon Bosch, de aanvoerder, dat Cobus zijn post in de steek heeft gelaten en met verschrikte ogen het schouwspel volgt.
Hij springt op hem af en brult hem toe: “Gaet naer uwen post en bij aldien jemand ziet of hoort aenkomen, komt mij dan direct waarschuwen”.
Schepen Peter Walraven krijgt pas achttien jaar later op 6 april 1774 gelegenheid zijn versie over het gebeurde aan de drossaard en de schepenen van Leuth te vertellen.
Uit: De woeste avonturen van de Bokkerijders door G. Ramaekers ing. en Theo Pasing 1972

Stallen bij woonhuis Peter Walraven in de Maasband. Uit: Archief SES