Hulp bij toegankelijkheid

Terug naar hoofdinhoud

Stein in de 19e eeuw

agrarisch dorp waar velen niet ouder werden dan vijftig jaar

Door: Jan Smeets Stichting Erfgoed Stein

Ook in Stein staat de tijd niet stil. Als oude Steindenaren, die bijv. twee eeuwen geleden het tijdelijke met het eeuwige verwisselden, uit hun graf konden opstaan voor een vluchtige sight seeing door hun geboortedorp, zouden ze Stein niet meer terug kennen. Ze zouden zich hoogstens kunnen oriënteren aan oude straatbenamingen, die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven.

Want zo vinden we in oude archieven nog de benamingen: Houten endt, opt Kier End, aen de Stieg, aen de Kruisstraat, aen de Brugge, op de Kelderstraat, op Steskensstraat, Valderenstraat en Veltschuer. 
Waar nu gesproken wordt van welvaart, en een zeker en veilig bestaan, werd tot laat in de 19e eeuw nog een bescheiden, kommervol bestaan geleid.
In 1796 b.v. telde Stein nog slechts 990 inwoners, verdeeld over 214 gezinnen. Het waren welgeteld 315 mannen, 288 vrouwen en 387 kinderen beneden de 12 jaar. Het was voor hen een hard bestaan en de meeste volwassenen werden niet ouder dan 50 jaar.
Het waren maar weinigen, die de leeftijd der grijsaards bereikten en dan tot de wijzen gerekend werden, die in het dorp geëerd waren. Door het kommervol bestaan, dat er geleid werd, lag het sterftecijfer enorm hoog.
In het algemeen waren de helft van alle kinderen gestorven, voordat ze de leeftijd van 16 jaar bereikt hadden. Het kommervol bestaan had ook tot gevolg, dat men gemiddeld op vrij late leeftijd trouwde. Het huwelijk duurde doorgaans niet langer dan twintig jaar.
Als een der ouders stierf, waren de kinderen nauwelijks volwassen. Veel kinderen bleven ongetrouwd, omdat er niet voldoende grond was om elke zoon een boerderij te geven.

Boerenschuur in Stein rond 1880
Uit: Litho Stichting Erfgoed Stein

Klein agrarisch dorp

Stein was twee eeuwen geleden (tot het begin van de twintigste eeuw) een uitgesproken agrarisch dorp. De kasteelheer van Stein was grootgrondbezitter en zijn kasteel was het agrarisch middelpunt van het dorp.
De bevolking was in sterke afhankelijkheid gebonden aan de kasteelheer. In de 18e eeuw was de grond overwegend als akkerland in gebruik. Van de rond 725 ha was bijna 600 ha bestemd voor akkerbouw, rond 80 ha werd gebruikt als grasland en boomgaard en 40 ha was bos.
Een derde van de totale oppervlakte was persoonlijk eigendom van de Heer van Stein. Interessant is de beroepssamenstelling van de mannelijke bevolking van Stein in 1796.
Er woonden toen 94 zelfstandige boeren, terwijl 118 mannen als landarbeiders werkzaam waren.

Wielmakers

Men vond er verder: 10 schaapherders, 13 timmerlieden en wielmakers, 2 geestelijken, 2 kuipers, 1 winkelier, 1 bakker, 1 zadelmaker, 1 koster, die tevens schoolmeester was, 2 klompenmakers, 11 schoenmakers, 9 kleermakers, 2 slotenmakers, 8 doekmakers, 10 mandenmakers, 2 vleesslachters, 7 smeden, 5 mulders, en 1 visser.

Economisch positie zeer zwak

De economische positie van de bevolking van Stein was eeuwenlang zeer zwak. De meesten leefden van de opbrengst vaneen klein stukje grond of verdienden nog iets bij als ambachtsman, handelaar of dagloner. Buiten de kasteelheer waren er weinig welgestelden te vinden. Zelfstandig initiatief kon er moeilijk tot ontplooiing komen.
Landbouw was en bleef de hoofdbron van bestaan, maar de productie werd gedrukt door allerlei lasten zoals cijnzen, tienden, pachtrechten, hand- en spandiensten enz. Dan was er de grote onveiligheid.

Kasteel Stein rond 1910
Uit: Archief SES.

Benden

Herhaaldelijk trokken vreemde krijgsbenden rovend en plunderend door de streek. Wegens gebrek aan behoorlijke verbindingen met de buitenwereld vond men er een gesloten gemeenschap met sterke familiebanden. De buren waren op elkaar aangewezen voor wederzijdse steun en hulp in al die gevallen, waarin de moeilijkheden voor de enkeling te zwaar werden. Van intellectuele scholing kwam natuurlijk niets terecht. Er was ook geen behoefte aan. Het onderwijs werd er gegeven door de koster-schoolmeester, die zelf een gebrekkige opleiding had genoten. Ook in de 19e eeuw bleef Stein een agrarische gemeente, waar dé welvaart uitsluitend bepaald werd door de op- en neergang in de landbouw.

Anno 2026 is Stein een industrieplaats en een belangrijk wooncentrum in de Westelijke Mijnstreek.

Literatuur. 
-    De nieuwe Limburger 27-10-1961