Hulp bij toegankelijkheid

Terug naar hoofdinhoud

Een redding op de Maas

Door: Jan Smeets

Voor de aanleg van het Julianakanaal was de Maas niet alleen een grensrivier, maar ook een drukbevaren scheepvaartroute. Door haar grillige loop en sterke stroming was de rivier echter gevaarlijk, vooral bij hoog water. Veel schippers verloren er het leven doordat hun boten zonken en zij reddeloos aan de stroom werden overgeleverd. Dat gevaar werd nog vergroot doordat veel mensen in die tijd niet konden zwemmen. In 1866 vond op de Maas een dramatisch ongeluk plaats, waarbij twee drenkelingen dankzij moedige hulp werden gered.

Witkool

Op zaterdag 1 december 1866 stond de Maas hoog. Toch vertrokken die middag rond half vijf zes mannen vanuit Maastricht in een vissersschuit met als bestemming de Maasband onder Stein. De schuit was beladen met zakken witkool. Aan boord bevonden zich Mathijs Stevens (26 jr), Hendrik Custers (55 jr), Johannes Jorissen (25 jr), Peter Brouwers (51 jr), de visverkoper Johannes Smeets (50 jr) en diens knecht Jacobus Oost.

Schipbreuk

Toen de schuit nog ongeveer een uur varen van de Maasband verwijderd was, ging het mis. In het donker stootte het vaartuig op een krib in de Maas en zonk vrijwel onmiddellijk. De mannen kwamen in het koude water terecht en werden meegevoerd door de sterke stroming. Vier van hen verdronken. Alleen Johannes Smeets en Johannes Jorissen wisten zich drijvend te houden door zich vast te klemmen aan zakken witkool. Al roepend om hulp dreven zij in de pikdonkere avond met de stroom mee richting Maasband.

Redding

Op dat moment stonden veerman Peter Bergs en zijn zoon Lambertus op de dijk in de Maasband bij de veerpont. Zoals gebruikelijk controleerden zij bij hoog water de pont, toen zij plotseling hulpgeroep hoorden vanaf de rivier. Zonder aarzelen sprongen zij in de veerpont en roeiden, geleid door het geluid, de Maas op.
Eerst wisten zij Johannes Jorissen te redden en aan boord te hijsen. Daarna vonden zij Johannes Smeets, die door kou, uitputting en angst bijna buiten bewustzijn was.
In paniek greep hij zich vast aan Peter Bergs, waardoor de veerman bijna het water in werd getrokken en de pont gevaarlijk begon te kantelen. Het water stroomde al over de rand.
Dankzij het snelle en doortastende optreden van zoon Lambertus kon een tweede ramp worden voorkomen. Met gezamenlijke kracht wisten zij uiteindelijk ook Johannes Smeets veilig aan boord te krijgen. Na deze gevaarlijke reddingsactie werden de drenkelingen en hun redders naar de plaatselijke schippersherberg gebracht, waar zij bij konden komen van de zware beproeving.

Bron: Maaskentjes, jaargang 3 nr. 1 Archief SES.